Warre Mulder 1984
Bij Warre Mulder (1984, gevestigd in Zeeland en Antwerpen), ontsnap je niet aan tweevouden: beide ouders zijn kunstenaar; bovendien groeide hij op in Nederland én België en in zijn artistieke praktijk is schilderkunst een vanzelfsprekende bouwsteen in zijn beeldhouwwerken.
Warre wipt dus over grenzen heen en tijdens zijn opleiding in de schilderkunst smokkelde hij dat kenmerkende aspect van kleur naar de beeldhouwkunst om er gul gastvrijheid aan te verlenen binnen zijn vormentaal. Hij put uit een vette portie fantasie waarbij object, mens en dier zo innig en vreedzaam in elkaar overgaan. Het lijkt alsof al zijn sculpturen werkelijk bestaan, of toch bestaan hebben in de ‘er-was-eens-tijd’. Sowieso is ons beeld van de wereld grotendeels gekneed door wat ons verteld is. Voor heel veel zaken vertrouwen we op de ervaring of kennis van anderen. In de middeleeuwen was dit niet anders.
In deze tentoonstelling inspireert Warre Mulder zich op de bizarre reisverhalen van de Engelse ridder Jan van Mandeville. In het jaar ons Heren 1322 vertrok hij op Sint Michiels-dag naar verafgelegen streken. Eeuwen later bleek dat Mandeville een eersteklas bedrieger was en hij helemaal geen éénvoeters, meermin-achtigen of zeldzame planten ontdekte waar schapen uit groeiden om wol te oogsten. Neen, hij bleek een eersteklas bedrieger te zijn, een man van fake news en alternative truths. Creatief vulde hij de leemtes van de ontbrekende kennis met fantasie en hallucinaties. Sluw speelde hij in op de menselijke nieuwsgierigheid naar de wereld buiten de eigen omgeving.
Ook vandaag blijken de grenzen tussen feit en fictie rekbaar en de fabelwezens van Warre Mulder herinneren ons eraan. Ze bieden hem plastische vrijheid en dagen hem uit om met hout, steen, klei, keramiek en zelfs via animatiefilm een nieuwe woordenschat en taal binnen sculptuur bijeen te toveren. Maar als geen ander beseft Mulder dat fabels een serieuze bezigheid zijn. Het doorgronden van fictie verrijkt nu eenmaal onze kijk op de realiteit.




